Vakjargon
Stucadoor of stukadoor — wat is nou eigenlijk juist?
Korte versie: allebei goed. Wie u bij Google intypt — stucadoor of stukadoor — komt bij dezelfde vakmensen uit. Toch krijgen we de vraag bijna elke week, dus tijd om hem netjes uit te leggen.
Wat zegt de Van Dale?
Sinds een aantal edities is stukadoor in de Van Dale de hoofdvermelding. Daar staat 'stucadoor' als variant achter — niet fout, maar net iets minder gangbaar in het modern Nederlands. In Vlaanderen ziet u vaker stucadoor verschijnen.
Waar komt het woord vandaan?
Het stamt af van het Italiaanse stuccatore — letterlijk: iemand die met stucco werkt, het kalk-marmermeel-pleister waar de Italiaanse renaissance haar paleizen mee afwerkte. In het Nederlands is dat verbasterd via stuccodoor naar stucadoor (Italiaans 'c') en uiteindelijk stukadoor (Hollandse 'k').
Taalkundig logisch zou stucadoor dichter bij de oorsprong staan, omdat het werk stuc heet — niet stuk. Maar de uitspraak met de harde 'k' heeft het in de praktijk gewonnen.
Welke schrijfwijze kiest een vakman zelf?
In Nederland presenteren ongeveer twee op de drie stuc(k)adoorsbedrijven zich met een 'k'. Bij ons ziet u beide door elkaar staan, omdat klanten ons via beide spellingen vinden. De bedrijfsnaam is Stukadoorsbedrijf Wildeman, het domein is wildemanstukadoor.nl, maar ons werk heet ook gewoon stucwerk — met een 'c'.
Maakt de spelling iets uit voor de kwaliteit?
Geen enkel verschil. De kwaliteit van het stucwerk hangt af van de mortel, het voorwerk en de vakman achter de spaan — niet van hoe hij zichzelf op zijn busje heeft laten spuiten. Dus zoek gerust verder zonder dat u zich druk maakt over één letter.
